Koh Mak & Koh Kood: Thailand buiten de gebaande paden

Koh Mak & Koh Kood: Thailand buiten de gebaande padenKoh Mak & Koh Kood: Thailand buiten de gebaande paden

Thailand is geen nieuwe bestemming voor de meeste Nederlanders. Om de gedachte ‘been there, done that’ weg te nemen, introduceren we daarom een aantal verborgen parels: de regio Trat en de eilanden Koh Mak en Koh Kood. De meest afgelegen eilanden aan de oostkust, met palmbomen zover het oog reikt en stranden die nog echt voor jezelf zijn…

Zelf ook zo’n reis maken langs de hidden gems van Thailand? Hier vind je de reis die bij jou past!

First stop: Koh Mak

Wij landen op Bangkok Suvarnabhumi Airport en vliegen met een propellervliegtuigje (een ATR 72-600) van Bangkok Airways naar Trat. De kleine luchthaven van Trat is er één uit de verhalen: een landingsbaan middenin een tropisch bos vol met palmbomen. Eenmaal aangekomen bij de pier stappen we aan boord van een supersnelle speedboot, die ons naar het eerste eiland brengt van deze reis: Koh Mak. Koh Mak is een klein eiland, kleiner dan Koh Kood, en nog niet heel bekend bij toeristen. Dus geen overvolle stranden of grote all inclusive hotelketens. Op dit eiland draait alles om rust. Er rijden nauwelijks auto’s op het eiland, alles gaat via elektrische golfkarretjes en scooters. Je komt hier om te zonnebaden, te genieten van de natuur, te snorkelen en – leuk voor Nederlanders – je kunt er goed fietsen.

Verser dan vers

Na een welkome Thai massage zijn we klaar om Koh Mak te ontdekken. We rijden langs ananasplantages en zien volop palm- en rubberbomen. We brengen een bezoek aan een biologische groentetuin. Van bladsla en rucola tot mais, mango’s, papaja’s en moerbei: van alles wordt hier verbouwd. De gewassen gaan naar de hotels of worden verkocht in de lokale winkeltjes. Bij Cococape Resort hebben we een lunch. Vis, want dat eet je op de eilanden verser dan vers. Daarna nemen we een boot naar het nabijgelegen Koh Kam Island. In één woord: wauw! Een klein paradijs, met een zacht poederwit strand, een felblauwe zee, ruisende palmbomen… En ook hier bijna geen toeristen. Een must visit wanneer je op Koh Mak bent.

Koh Kood: klein paradijs

We laten Koh Mak achter ons en varen door naar Koh Kood. Dit eiland heeft een kleine 2.500 inwoners, maar is wel het vierde grootste eiland van Thailand, na Phuket, Koh Samui en Koh Chang. In vergelijking met Koh Mak is Koh Kood groter, en ook wat prijziger. Het toerisme is hier meer aanwezig. Er zijn dan ook meer shops en restaurantjes, en kleine, gezellige barretjes. Verwacht geen uitbundig uitgaansleven: meer ’s avonds relaxt met een biertje of een cocktail genieten van de golden hour (zonsondergang).

Genoeg te doen

Ook Koh Kood heeft tal van activiteiten. Zo maken wij een korte hike van 10 minuten naar de Klong Chao Waterfall en bezoeken we de grootste en oudste boom op het eiland: de Makamong tree, ofwel de Giant Tree. We kajakken terug over de Klong Chao rivier. Ook leuk: voor 10 euro huur je een scooter voor een dag. Vanwege de rustige, veilige wegen met weinig tot geen verkeer en uiteraard de heerlijke tropische temperaturen, leent dit eiland zich daar uitstekend voor. De stranden zijn hier heerlijk. Allemaal met wit zand, helderblauw water (top om te snorkelen), honderden palmbomen en het is nog rustig. Een van de mooiste stranden is Ao Prao Beach. Proa betekent kokosnoot, Ao betekent baai: dus Coconut Bay. Een stukje Malediven, maar dan in Thailand.

Bangkok, maar eerst…

Tijd om de eilanden te verruilen voor een kijkje in het stadsleven van Bangkok. Je kunt in één keer door vanaf Trat, maar veel leuker is het om een nachtje te verblijven in de historische stad Chantaburi. Niet heel bekend nog, en dat merk je als je er bent. Het leven is hier nog heel gewoon. In de hoofdstraat zijn er stalletjes met zelfgemaakte zoetigheden en ijs en wordt de hete noodle soup nog uitgeschept door een vrouwtje van 85 jaar. Er is ook een aantal hippe cafeetjes waar je de lekkerste Tai Tea dringt (ijskoude thee met melk en veel suiker) en een paar leuke winkeltjes. Bijzonder in Chantaburi zijn de tempels en kerken. Deze kleine gemeenschap heeft maar liefst vier Chinese heiligdommen: één boeddhistische tempel, één Vietnamees-boeddhistische tempel en één grote katholieke kathedraal. Wat je hier ook ziet zijn de oude Chinese huizen van 300 jaar geleden, volledig gemaakt van hout. De reis kan haast niet beter eindigen dan met deze historische rijkdom.

0
Leave a Comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.